Eerdere nieuwsberichten

Zes MVO-landentoolkits geactualiseerd (05/2010)

Hoe ga je als Nederlandse investeerder in India om met religieuze issues op de werkvloer? En wat moet je doen als importeur van hout uit Indonesië om je ervan te verzekeren dat het niet illegaal gekapt is? Deze en vele andere vragen worden behandeld in de MVO-landentoolkits. De toolkits zijn via internationaalondernemen.nl (een website van Agentschap NL) beschikbaar voor het Nederlandse bedrijfsleven. Ze bevatten tal van praktische tips en links voor bedrijven die MVO op internationaal niveau belangrijk vinden. Recent heeft CREM de MVO-toolkits voor India, Indonesië, Rusland, China, Zuid-Afrika en Brazilië geactualiseerd, in samenwerking met Pierre Hupperts, Strategie en Visie (voor Zuid-Afrika en Brazilië), IVAM (voor China) en MVO-Nederland (voor Rusland). Eerder schreef CREM ook al de MVO-landentoolkits voor Marokko en Roemenië.

Meer informatie: Victor de Lange

Utrechtse bedrijven ontdekken ‘het nieuwe ondernemen’ (05/2010)

Hoe kan je als ondernemer inspelen op de behoeften van de grootste maar ook armste groep consumenten? Dit ‘nieuwe ondernemen’ is gebaseerd op het economische principe ‘Base of Pyramid’. Een principe, dat de vier miljard armste mensen van de wereldbevolking benadert als een potentieel winstgevende afzetmarkt. 13 april kwam in Utrecht een twintigtal Utrechtse ondernemers uit de ICT, de financiële sector en de watersector bijeen voor een workshop ‘Base of the Pyramid, kansen voor Nederlandse bedrijven’. Het doel van de workshop was het gezamenlijk met ervaringsdeskundigen bedenken van innovatieve producten en diensten gericht op de wensen en mogelijkheden van de armste inwoners van Zuid-India. De workshop draagt bij aan het leren van elkaars ervaringen en kennis opdoen over de behoeften van de groep allerarmsten op de wereld.

De workshop werd georganiseerd door MVO Nederland, Habitat for Humanity, COS Utrecht en adviesbureau CREM, in opdracht van de Provincie Utrecht in het kader van het programma ‘leren voor duurzame ontwikkeling’.

‘Base of Pyramid’-principe
De wereldwijde verwachting is dat de allerarmsten de motor vormen van de volgende mondialiseringronde van handel, welvaartstoename en innovatie. Deze groep speelt nu nog geen grote rol in de wereldeconomie, doordat het huidige productaanbod niet goed is afgestemd op de behoeften en mogelijkheden. Het doel van het ‘Base of Pyramid’-principe is het maken van winst, in combinatie met armoedebestrijding. Hierbij gaat het om het verkopen van grote volumes in plaats van hoge winstmarges.

Workshop
De workshop richtte zich op een gemeenschap in Zuid-India, in het district Ramanathapura waar Habitat for Humanity actief is, en een groot deel van de bevolking minder dan 1 euro per dag te besteden heeft. Voorafgaand aan de workshop is er onder inwoners in die regio een uitgebreid behoeftenonderzoek verricht. Het projectteam onderzocht daarna hoe Utrechtse ondernemers op deze behoeften kunnen inspringen. Tijdens de workshop kwamen zaken aan de orde zoals:

 De nieuwe consument: uitkomsten van het marktonderzoek in Zuid-India
 Hoe draag je als bedrijf bij aan welvaartontwikkeling en maak je tegelijkertijd winst?
 Praktijkervaringen van ontwikkelingsexperts en collega-ondernemers
 Business cases voor de ICT sector, financiële sector en watersector in de Indiase markt

Vervolg
Na de zomer lanceert het projectteam een website die ondernemers kunnen raadplegen voor praktische informatie over ‘BoP’- innovatie en de Indiase consument. Wilt u op de hoogte gehouden worden van de ontwikkelingen, stuurt u dan een email naar Annelien van Meer

Millennium Gemeenten in Bedrijf
Een nieuw hoofdstuk in de Millennium Gemeente campagne! (05/2010)

Op donderdag 15 april vond de publieke aftrap van een nieuw project binnen de ‘Millennium Gemeente’ campagne plaats, met de naam ‘Millennium Gemeenten in Bedrijf’. Acht verschillende gemeenten nemen deel aan een reeks masterclasses en een begeleidingstraject van een pilot om de samenwerking met het bedrijfsleven te versterken op het gebied van de VN Millenniumdoelen en ontwikkelingssamenwerking. Circa 20 afgevaardigden van de gemeenten namen deel aan een zeer succesvolle eerste masterclass, die plaats vond in Utrecht. Op het programma stonden sprekers als Bas Eenhoorn, oud burgemeester en partijvoorzitter van de VVD en Roel van der Palen, Manager Business Development bij Ahrend. ‘Millennium Gemeenten in Bedrijf’ is een initiatief van VNG International, adviesbureau CREM en Nicis Institute en wordt uitgevoerd in opdracht van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking.

Millennium Gemeenten
Een Millennium Gemeente onderschrijft de acht VN Millenniumdoelen, die bovenal gericht zijn op vermindering van extreme armoede in de wereld. Nederland kent inmiddels 145 Millennium Gemeenten. Uit deze groep zijn de acht deelnemende gemeenten geselecteerd. Met een zowel inhoudelijke als praktijkgerichte aanpak beogen de initiatiefnemers samenwerkingsplannen van gemeenten en bedrijven op korte termijn te bewerkstelligen.
Masterclass
De masterclass bestaat uit een programma van drie dagen. De eerste dag was gericht op training en uitwisseling van ervaring en kennis. Het programma van de tweede dag vindt in juni 2010 plaats en wordt afzonderlijk binnen elke gemeente georganiseerd. Op deze dag brainstormen de gemeenten en het lokale bedrijfsleven over samenwerking met behulp van de zogenaamde ‘snelkookpan’-methode. Hierbij staat het doel centraal en niet de procedures, waardoor concrete samenwerkingsplannen ontstaan. Het projectteam biedt elke deelnemende gemeente in de tussentijd een begeleidingstraject aan. Tot slot wisselen de deelnemende gemeenten ervaringen uit met elkaar, waarvan de uitkomsten worden toegevoegd aan een reeds eerder opgestelde handleiding.

Handleiding
Deze handleiding is ontstaan uit onderzoek naar praktijkvoorbeelden van samenwerking tussen gemeenten en bedrijven. Op het jaarlijkse Millennium Gemeente Symposium, dit jaar op 7 oktober 2010, in het spoorwegmuseum in Utrecht, wordt de handleiding beschikbaar gesteld aan andere geïnteresseerde gemeenten.
Voor meer informatie over ‘Millennium Gemeenten in Bedrijf’ kunt u contact opnemen met Annelien van Meer

De blaarkop; ouderwets goed (05/2010)

De blaarkop, een oudnederlands koeienras, is bijzonder geschikt voor nieuwe duurzame en regionale productieketens. Tot die conclusie komen het LEI, onderdeel van Wageningen UR, en adviesbureau CREM in een vandaag verschenen studie in opdracht van de Kruidenier Groep en de Taskforce Marktontwikkeling Biologische Landbouw.
De blaarkop is een zogenaamde dubbeldoelkoe die geschikt is voor zowel vlees- als zuivelproductie. De sterke punten van deze koe zijn de soberheid, de hoge zelfredzaamheid, de lage veterinaire kosten en een goede vleeskwaliteit. Door haar robuustheid kan de blaarkop goed functioneren in een sobere omgeving. Daarmee biedt ze mogelijkheden voor duurzaam beheer van het landschap. De blaarkop komt tegemoet aan veel wensen van boeren, burgers en buitenlui ten aanzien van duurzaamheid, biodiversiteit en maatschappelijk verantwoord ondernemen. De blaarkop is daarom meer dan enkel een koe met een dubbel doel; ze biedt perspectief voor veehouders met een bedrijfsvoering die gericht is op natuur of multifunctionele landbouw.
De blaarkop heeft potentie om als spil van de door de Kruidenier Groep beoogde rundveeketen te fungeren. Alle betrokken ketenpartijen zijn enthousiast, maar de keten staat nog in de kinderschoenen. Voordat de Nederlandse consument op grote schaal blaarkopproducten kan kopen, moeten nog stappen gezet worden. Zo moet aandacht worden gegeven aan een uniforme kwaliteit. Daarnaast moet de ketensamenwerking geborgd worden. Tot slot is het belangrijk dat er een renderend businessmodel ontwikkeld wordt, zodat de meerwaarde van de blaarkop tot rendement voor alle ketenpartijen kan leiden

Voor meer informatie:
De blaarkop; ouderwets goed blaarkop; ouderwets goed.pdf

De Coalitie Biodiversiteit 2010

De Coalitie Biodiversiteit 2010 is het Nederlandse antwoord op het verzoek van het Secretariaat van het VN-Biodiversiteitsverdrag (CBD) aan alle landen om in 2010 de communicatieactiviteiten over het Internationaal Jaar van de Biodiversiteit te coördineren en te ondersteunen. De Coalitie is op 4 november 2009 in Amersfoort gelanceerd en bestaat uit een brede en groeiende vertegenwoordiging van gemeenten, provincies, maatschappelijke organisaties en bedrijven.


Leden van de Coalitie leveren in 2010 een concrete bijdrage aan bewustwording en het creëren van draagvlak én bieden handelingsperspectieven aan burgers, bedrijven en overheden voor behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit. Hiervoor zal gezamenlijk het logo van het Internationaal Jaar van de Biodiversiteit gevoerd worden. De belangrijkste doelen van de Coalitie zijn:

• Mensen bewust maken van biodiversiteit in de eigen leefomgeving en de effecten van het eigen handelen op de biodiversiteit;
• De relatie tussen lokaal handelen en de mondiale context zichtbaar maken;
• Mensen aansporen tot concrete acties door het bieden van handelingsperspectieven en innovatieve oplossingen;
• Het promoten van succesverhalen en het creëren van nieuwe kansrijke initiatieven;
• Het aanmoedigen van de dialoog tussen verschillende stakeholders.

CREM is gevraagd om in Nederland het Internationaal Jaar van de Biodiversiteit voor te bereiden door actief een Coalitie te initiëren uit te bouwen en er voor te zorgen dat er een stevige basis ligt wat door andere opgepakt kan worden. Hiervoor heeft CREM vanaf juni 2009 het Secretariaat van de Coalitie gevoerd. In die periode zijn reeds 42 organisaties, provincies, gemeenten en bedrijven partner geworden van de Coalitie. De Coalitie onder voorzitterschap van gedeputeerde Onno Hoes wordt actief ondersteund door de Rijksoverheid. Door het ondertekenen van de verklaring kunnen organisaties zich aansluiten bij Coalitie Biodiversiteit 2010. Kijk voor meer informatie of om ook lid te worden op www.biodiversiteit.nl/2010

Good & Green Guides

CREM schrijft mee aan eerste duurzame reisgids

Amsterdam is de eerste Europese stad die een duurzame reisgids heeft gekregen: de Good & Green Guide Amsterdam. Deze duurzame reisgidsen laten inwoners van de stad én toeristen zien hoe je met respect voor mens en milieu kunt genieten van de stad. CREM heeft dit initiatief ondersteund door mee te denken over de ontwikkeling van de gids en door zelf mee te schrijven.

De gids bevat meer dan 500 adressen verdeeld over 23 categorieën. In de gids vind je bijvoorbeeld verantwoorde, CO2-neutrale, eco-vriendelijke adressen van hotels, vegetarische restaurants, tuinen, vervoermiddelen, fairtrade-shops, biologische (super)markten, en nog veel meer.

Good & Green Guides bevatten alle praktische informatie die je nodig hebt om de stad te bezoeken: plattegronden, routes, indexen en OV‐informatie. De Engelstalige gidsen bevat ruim 250 full color, prachtig vormgegeven pagina’s en staat boordevol foto’s. Leuk om bij de hand te hebben voor een goed en groen dagje in de stad en een origineel, groen, verantwoord en bruikbaar cadeau voor vrienden en relaties.

De gids is te koop bij diverse boekhandels en webwinkels.

Meer weten?
Annelien van Meer of
www.goodandgreenguides.com/2010

Publicatie gratis gids over biodiversiteit en bedrijven

Wommels, 7 januari 2010 – Vandaag hebben Avalon en Crem een gratis gids over biodiversiteitvriendelijke ondernemingskansen genaamd: Let's get it going gepubliceerd. De Nederlandse organisaties Avalon en Crem, beide werkzaam op het gebied van duurzaamheid, hebben de krachten gebundeld om het belang van biodiversiteit te onderstrepen en te verduidelijken. Het primaire doel van de online publicatie is om kleine boeren en hun organisaties in de doellanden te informeren en te interesseren voor de mogelijkheden op dit gebied.
Verkennende gids
Deze verkennende gids gaat over de ontwikkeling van zakelijke mogelijkheden die goed zijn voor de biodiversiteit en heeft als doel inzicht te bieden in het concept van ‘probiodiversiteit-business’, de mogelijkheden hiervoor en de dilemma’s waar een organisatie mee te maken kan krijgen. Het ultieme doel is informatie te geven over hoe je een dergelijke onderneming kunt starten, hoe je waarde toevoegt aan je probiodiversiteit producten en hoe je dit concept kunt promoten als een positieve manier om biodiversiteit te bewaken. Hoewel de publicatie gericht is op boeren en hun organisaties in Zuid Oost Europa biedt het ook interessante inzichten voor organisaties en consumenten in Nederland. Deze gids is tot stand gekomen dankzij subsidie van het Ministerie van VROM.

Samenleving is afhankelijk van biodiversiteit en de ecosysteemdiensten die het levert
Biodiversiteit zorgt ervoor dat de ecosystemen goed kunnen functioneren. Op hun beurt leveren ecosystemen de ecosysteem-diensten, die van essentieel belang zijn voor de samenleving, zoals: drinkwater, vruchtbare grond, bestuivers voor de gewassen, klimaatregulering, culturele en recreatieve diensten en natuurlijke hulpmiddelen. Samen vormen al deze diensten het ondersteuningsmechanisme voor het leven op aarde. Niet duurzaam gebruik van biodiversiteit kan leiden tot het verminderen van biodiversiteit. Dat resulteert weer in een slecht werkend ecosysteem en een verlies aan ecosysteemdiensten Een dergelijke ontwikkeling vormt een grote bedreiging voor onze samenleving.
Kleine boeren in kwetsbare landbouwgebieden
Avalon maakt in toenemende mate werk van de (potentiële) relatie tussen biodiversiteit en het bedrijfsleven. Hierbij ligt de focus op zakelijke mogelijkheden voor kleine boeren in kwetsbare landbouwgebieden buiten West Europa, waarbij ook de exportmogelijkheden van deze producten naar Nederland worden onderzocht. De Engelstalige gids kan hier gedownload worden.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
NOOT VOOR REDACTIE
Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Avalon per email: of telefonisch: 0515 331 955.

Handbook “Sustainable cotton on the shelves” now available for retailers (06/2009)

The handbook ”Sustainable cotton on the shelves” was released on the 24th of September. This hands-on manual is meant to help mainstream retailers to decide on, to source and to market sustainable cotton.

The handbook can be downloaded here

Using the perspective of new-comers in the world of sustainable cotton, the handbook attempts to explain complex issues in an accessible manner, answering the key questions that textile retail managers, buyers or marketers may face: What type of sustainable cotton is the most suitable for my business? Can I source it from my own supply chain, at what conditions? Is there a consumer demand for sustainable cotton? What are my options if I am a small or medium sized retailer?

Through concrete questions and straightforward answers, the handbook provides an overview of issues and trends in the production and marketing of sustainable cotton. The handbook ”Sustainable cotton on the shelves” is the outcome of a project run in the Netherlands by the retailers HEMA and de Bijenkorf, the Dutch association for large textile retailers (VGT), the NGOs Oxfam Novib and WWF, and the consultancy CREM.

Pascale Guillou, senior consultant at CREM, says “We are extremely pleased that the result of this two-year research and consultation process with numerous stakeholders can be widely shared with mainstream retailers. We hope that this handbook will help textile retailers making strategic decisions and operational choices at a time when they experience the will or the need to better perform on a triple bottom line”

The project "Sustainable Cotton in the Mainstream Retail" (January 2007-April 2009) has been supported through a Civil Society Organisations and Environment Grant from the Dutch Ministry of Housing, Spatial Planning and the Environment (Reference SMM0602053).

Contacts: Pascale Guillou

Een handleiding voor het duurzaam schoonhouden van evenementterreinen

Zwerfafval samen met jongeren sportief aanpakken!

Afgelopen zomer werd het negende WK Amsterdam toernooi gehouden! Met ruim 40.000 toeschouwers is het WK Amsterdam een jaarlijks terugkerend tweedaags multicultureel toernooi waar 48 verschillende teams aan deelnemen. Het evenement biedt een sportieve ontmoetingsplaats voor de verschillende nationaliteiten die Amsterdam rijk is. Zoveel mensen bij elkaar creëert de ideale omstandigheden voor een nieuw initiatief rondom zwerfafval. WK Amsterdam heeft daarom met Stichting Todos (toekomst door sport) en adviesbureau CREM een innovatieve aanpak opgezet om zwerfafval in en om het evenement te voorkomen en sportterreinen duurzaam schoon te houden.

De uitdaging was om jongeren geïnteresseerd te krijgen in een thema als zwerfafval en hen tot actie aan te zetten – zodat ze zelf de sportvelden schoonhouden. Eenvoudig is dat niet. Traditionele manieren van communicatie zijn niet effectief gebleken om deze doelgroep te bereiken. Daarom is gekozen voor een totaal andere aanpak.

Het resultaat van het project is een innovatieve aanpak om sporttoernooien en andere evenementen schoon te houden. Zo neem je niet alleen werk uit handen van de gemeentelijke reinigingsdienst maar zet je jongeren ook aan tot het nadenken over duurzaamheid en de situatie van leeftijdsgenoten in sloppenwijken. Deze aanpak is nu verpakt in een door CREM geschreven handleiding die voor iedereen beschikbaar is.

Geïnteresseerd in deze handleiding? Neem contact op met CREM: 020-6274969 (vraag naar Giulietta Cohen of Annelien van Meer) of stuur een email naar
Giulietta Cohen
of
Annelien van Meer

Biodiversiteitscompensatie in de keten (06/2009)

Biodiversiteitscompensatie – wat houdt dat eigenlijk in? Het beoogde resultaat is om negatieve impacts op biodiversiteit als gevolg van activiteiten in het ene gebied te compenseren met een positieve bijdrage aan biodiversiteit elders. Op een dusdanige wijze dat netto gezien geen verlies aan biodiversiteit ontstaat; liefst zelfs een biodiversiteitswinst. Biodiversiteitscompensatie kan worden ingezet wanneer mogelijkheden om te mitigeren zijn uitgeput (mitigeren = maatregelen om impacts te voorkomen of verminderen).

Zowel op wettelijke als vrijwillige basis vindt al compensatie plaats. Het gaat hierbij dan vooral om compensatie van nieuwe activiteiten en om de eigen impact. Veel biodiversiteitsverlies vindt echter plaats als een gevolg van reeds bestaande activiteiten. Bovendien zitten veel (Nederlandse) bedrijven in handelsketens waarbij de eigen impact geringer is dan die van ketenpartners. Een sprekend voorbeeld is de handel in agriproducten, waarbij de impact tijdens de productiefase (met name landbeslag) vele malen groter is dan die in daaropvolgende schakels van de keten.

Vrijwillige compensatie vormde de insteek voor het project ‘Biodiversiteitscompensatie: op weg naar concrete plannen en richtlijnen voor bedrijven’. Het unieke van dit project is dat de verschillende impacts op biodiversiteit zijn bepaald voor de gehele keten; èn dat de deelnemende bedrijven (BioX Group, Kruidenier Foodservices en Koninklijke Houthandel Wijma & Zn. BV) hierbij hebben samengewerkt met NGO’s, overheden en een kennisinstituut. Tijdens één en meerdaagse sessies is gezamenlijk gewerkt aan compensatieplannen voor de bedrijven met inhoudelijke en procesmatige ondersteuning van Advies voor Duurzaamheid, Steven de Bie (Shell/WUR) en CREM. Het project is gefinancierd door het ministerie van VROM.

Meer informatie: Jolanda van Schaick

Werkbezoek in Ghana en Ivoorkust om de cacaoketen te bestuderen (07/2009)

In juni dit jaar heeft CREM deelgenomen aan een werkbezoek aan Ghana en Ivoorkust om een studie naar de cacaoketen uit te voeren. Het twee weken durende werkbezoek was opgezet door het chocolademerk Tony Chocolonely, als onderdeel van het project “Tony in Africa”. Het idee van dit project is om een optimale keten te ontwikkelen waarin cacaoboeren werkelijk profiteren van een sterkere onderhandelingspositie en meer opbrengsten. Een groot aantal deelnemers (coöperaties en individuele boeren, overheidsinstellingen, tussenpersonen, verwerkers, exporteurs, handelaars, NGO’s en certificeringsorganisaties) is geïnterviewd. Hun inbreng leverde een sterk contrasterend beeld op van het potentieel van de boeren om hun economische en sociale condities te versterken. De uitkomst van dit veldonderzoek moet Tony Chocolonely een leidraad geven bij het ontwikkelen van een strategie voor een productketen.

Meer informatie: Pascale Guillou

Base of the Pyramid innovaties voor India(06/2009)

India is een interessante nieuwe afzetmarkt voor veel Westerse bedrijven. Zaken doen met India hoeft niet alleen winst op te leveren voor het Westerse bedrijfsleven; het kan ook bijdragen aan welvaartstoename in India. Maar hoe kan je als ondernemer deze twee doelstellingen met elkaar combineren? Het Base of the Pyramid (BoP) principe geeft hierop een antwoord. Het BoP-principe is het economische principe dat er vanuit gaat dat de vier miljard armste mensen van de wereldbevolking de motor van de volgende economische groeironde zullen zijn. Zaken doen met de vier miljard armste mensen op de wereld vraagt echter wel om een radicaal vernieuwende aanpak als het gaat om innovaties en businessmodellen.

CREM gaat deze BoP-methodiek in opdracht van de provincie Utrecht introduceren bij Utrechtse bedrijven. Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met Habitat for Humanity, MVO Nederland en COS Utrecht.
Momenteel voert het lokale kantoor van Habitat for Humanity in India een marktonderzoek uit naar de wensen van bewoners van een lokale gemeenschap in India. Aan de hand van deze marktverkenning wordt deze zomer gekeken welke bedrijven in Utrecht de producten of diensten kunnen leveren waar de Indiase afzetmarkt behoefte aan heeft. Samen met die bedrijven zal gewerkt worden aan het ontwikkelen van BoP-businessmodellen voor productinnovaties ten behoeve van India.

Meer informatie over dit project:
Annelien van Meer
Marjon van Opijnen

Tourisme en betalen voor ecosysteemdiensten in Namibië (06/2009)

In Namibië 15 jaar heeft het Community Based Natural Resource Management (CBNRM) programma de afgelopen 15 jaar geleid tot een betere bescherming van het wild en meer inkomen voor de lokale bevolking. Ook touroperators en aan toerisme gerelateerde ondernemingen hebben geprofiteerd van de toename van toeristische activiteiten in de regio. Het succes van dit programma was vooral te danken aan steun van de Namibische overheid, internationale natuurbeschermingsorganisaties en een aantal donoren. Hoewel deze steun niet wordt gestopt is het voor de financiering van het programma op de langere termijn toch noodzakelijk om alternatieve inkomstenbronnen aan te boren. Voor deze financiering is de toeristische sector in beeld. Tegen deze achtergrond heeft WWF Namibië het bureau Rekwest en CREM opdracht gegeven te onderzoeken of het haalbaar is via individuele klanten van Europese touroperators fondsen te werven ten behoeve van het CBNRM-programma.

De uitkomsten verschillen per onderzocht land, bij Duitse touroperators lijkt het idee het meest aan te slaan, in Engeland het minst . Aan de hand van de resultaten kan geconcludeerd worden dat het idee om toeristen bij te laten dragen aan een nationaal CBRNM-fonds middels Europese touroperators niet haalbaar is. De complexiteit van het CBRNW, de moeilijkheid van het innen van het geld en het feit dat de CCN (Community Conservation Namibia) nauwelijks naamsbekendheid heeft, leiden tot de conclusie dat het werven van de benodigde € 300.000 niet haalbaar is.

Meer informatie: Victor de Lange

CREM evalueert regeldruk voor innovatief vervoermiddel PAL-V (06/2009)

Op maandag 27 april jl. werd in aanwezigheid van minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat de eerste praktijkproef met de PAL-V georganiseerd. Adviesbureau CREM was intensief bij de voorbereiding van de praktijkproef betrokken. De PAL-V is een combinatie tussen een Carver (een soort auto) en een gyrocopter (een soort helikopter, maar dan zonder aandrijving op de rotor). Deze twee voertuigen worden geïntegreerd tot een 'Personal Air and Land Vehicle' (PAL-V), een voertuig dat zowel kan rijden als kan vliegen. De PAL-V is een uiterst zuinig vervoermiddel dat in Nederland vooral ingezet zal gaan worden door hulpdiensten die hierdoor sneller bij calamiteiten kunnen zijn. De praktijkproef sluit aan bij de doelstelling van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat om marktpartijen te stimuleren tot het ontwikkelen van duurzame en innovatieve vervoersconcepten
CREM schreef het Plan van Aanpak voor de praktijkproef en zal tevens de resultaten van de proef evalueren. In het kader van die evaluatie zijn genodigden en omwonenden van de proeflocatie net na de proef gevraagd hun mening te geven over zaken als geluid, veiligheid, organisatie en communicatie. De evaluatie zal verder aandacht besteden aan het aanvraagproces van de benodigde ontheffingen, relevante natuur-, milieu- en hinderwetgeving, veiligheidswetgeving en aan de samenwerking tussen de verschillende partijen die bij het ontheffingstraject betrokken waren.

Meer informatie over dit project:
Ingeborg Boon
Annelien van Meer
Jeroen Drijver

60% van de Nederlandse VVVE's wil zelf meer doen aan een duurzame woonomgeving (06/2009)

Veel wijken in Nederland hebben te maken met sociale, economische en milieugerelateerde problemen. Appartementeneigenaren vormen de grootste groep van huizenbezitters in veel grootstedelijke (probleem)wijken en hebben daarom invloed op de leefbaarheid in die wijken. VvE Belang, de belangenorganisatie voor appartementeigenaren, en CREM werken samen om Verenigingen van Eigenaren te ondersteunen bij het nemen van duurzame initiatieven in hun eigen woning én in hun wijk.

CREM heeft de meningen over het onderwerp duurzaamheid onder 110 VvE’s gepeild en gevraagd welke rol ze voor zichzelf zien weggelegd. De resultaten waren in veel opzichten verrassend. Uit de enquête blijkt bijvoorbeeld dat 60% van de VvE’s in de nabije toekomst duurzame initiatieven in en om het eigen appartementencomplex wil ontplooien. Tevens werd duidelijk dat er onder VvE’s grote behoefte is aan meer informatie over financieringsmogelijkheden van duurzame initiatieven.

Om VvE’s in hun ambities te ondersteunen gaan VvE Belang en CREM negen duurzame ‘icoonprojecten’ initiëren. Deze gaan zich richten op onderwerpen als energiemanagement, alternatieve energiebronnen, financiering, elektrisch vervoer en het aanleggen van groene daken. CREM gaat aan de hand van deze projecten een handreiking schrijven waarin tips staan over wat een VvE kan doen aan duurzaamheid in en om het eigen appartementencomplex.

Meer informatie over dit project:
Annelien van Meer
Jeroen Drijver

CREM dip(p)t met Deens Import Promotie Programma(04/2009)

Het Deense Import Promotie Programma (DIPP) van de Kamer van Koophandel in Denemarken richt zich op het ondersteunen van exporteurs uit ontwikkelingslanden die willen exporteren naar Denemarken. DIPP heeft CREM gevraagd een factsheet te maken met informatie over de EU markteisen voor verwerkte levensmiddelen van dierlijke oorsprong (vlees, vis en zuivel) zoals ham, salami, vissticks, yoghurt of kaas.

De eisen zij er op gericht om de productkwaliteit te waarborgen en de gezondheid en veiligheid van consumenten en dieren in de EU te beschermen. De criteria hebben onder andere betrekking op hygiëne, microbiologische contaminatie, residuen, additieven, organische productie, verpakking, etikettering.

De factsheet behandelt de invoereisen die het meest relevant zijn voor exporteurs uit ontwikkelingslanden die hun verwerkte levensmiddelen willen exporteren naar Denemarken (of andere EU lidstaten)en is te vinden op
http://www.dipp.eu/dox.en/Req.processed.food.of.animal.origin.in.EU.2009.04.pdf

Meer informatie: Ana María Peña

Zwerfafval sportief aanpakken op het WK Amsterdam (04/2009)

Dit jaar wordt alweer het negende WK Amsterdam toernooi gehouden! Het WK Amsterdam is een tweedaags multicultureel toernooi waar 48 verschillende teams aan deelnemen. Het evenement biedt een sportieve ontmoetingsplaats voor de verschillende nationaliteiten die Amsterdam rijk is. Vorig jaar kwamen er ruim 25.000 toeschouwers op af; de ideale omstandigheden voor een nieuw initiatief rondom zwerfafval. WK Amsterdam heeft daarom met Stichting Todos en adviesbureau CREM een innovatieve aanpak opgezet om zwerfafval in en om het evenement te voorkomen en sportterreinen duurzaam schoon te houden.

De uitdaging is om jongeren geïnteresseerd te krijgen in een thema als zwerfafval en hen tot actie aan te zetten, zodat ze zelf de sportvelden schoonhouden. Eenvoudig is dat niet. Traditionele manieren van communicatie zijn niet effectief gebleken om deze doelgroep te bereiken. Daarom is in dit project gekozen voor een totaal andere aanpak. CREM heeft als duurzaam adviesbureau veel expertise in het opzetten van innovatieve projecten om duurzaamheidsproblemen onder de aandacht van jongeren te brengen. Het ontwikkelen van de nieuwe aanpak doet CREM samen met een organisatie die goed weet wat er onder jongeren leeft en veel activiteiten organiseert om jongeren te mobiliseren; Stichting Todos.

Het resultaat van het project is een nieuwe en innovatieve aanpak om sporttoernooien en andere evenementen schoon te houden. Zo neem je niet alleen werk uit handen van de gemeentelijke reinigingsdienst maar zet je jongeren ook aan tot het nadenken over duurzaamheid en de situatie van leeftijdsgenoten in sloppenwijken. Deze aanpak zal door CREM beschreven worden in een toolkit die voor iedereen beschikbaar is.

Meer informatie: Annelien van Meer

Bijdrage aan de internationale discussie over duurzame cacao (04/2009)

Namens de Tropical Commodity Coalition (TCC) heeft Crem bijgedragen aan de publicatie van twee achtergronddocumenten over cacao. De eerste betreft een update van “Sweetness Follows”, een paper over duurzaamheidsissues in de cacaosector. Een concept was al geschreven voor de First Roundtable for a Sustainable Cocoa Economy ( RSCE) in Ghana in 2007. Het rapport kan hier gedownload worden.
De tweede bijdrage betreft de betrokkenheid van CREM bij de publicatie van de cacaobarometer 2009.
Deze barometer heeft als doel de cacaoketen transparanter te maken. Het gaat in op recente ontwikkelingen in de cacaosector en de rol van verwerkers en chocoladeproducenten in het verduurzamen van de cacaoketen. De cacaobarometer 2009 zal gepresenteerd worden op de Second Roundtable for a Sustainable Cocoa Economy in Trinidad in maart 2009. De cacaobarometer is hier te downloaden.
Naast de hierboven genoemde bijdragen, heeft CREM, in opdracht van een van de werkgroepen van RSCE, een studie uitgevoerd naar de sociale issues van de cacaoproductie in opdracht van een van de werkgroepen van RSCE. Deze studie kan becommentarieerd worden op de RSCE-site en is een van de te bespreken onderwerpen gedurende de Roundtable in Trinidad.

Een lijst met cacao-projecten die CREM uitgevoerd heeft en een overzicht van de cacao-keten is hier te downloaden.

Meer informatie:
Amarens Felperlaan
Pascale Guillou

CREM consultant geeft gastcollege UvA (04/2009)


In het kader van de studie ‘Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen vanuit Interdisciplinair Perspectief’ heeft CREM op 7 april jl. een gastcollege gegeven aan de UvA. In deze studie speelt de koppeling tussen theorie en praktijk een belangrijke rol. Docenten uit verschillende disciplines staan stil bij een specifiek onderdeel van het onderwerp MVO. Aan de hand van een reeks gastcolleges met sprekers uit het bedrijfsleven krijgen de studenten inzicht in maatschappelijk ondernemen in de praktijk. Tijdens het gastcollege van CREM is de functie van adviseur op het gebied van MVO aan bod gekomen. Niet alleen is gesproken over de inhoudelijke kant van de functie, maar ook is aandacht besteed aan de uitdagingen en de voor- en nadelen van de functie. Tijdens de presentatie is het geheel toegelicht met voorbeelden uit de praktijk.

CREM is partner van Waterfootprint Network! (03/2009)

CREM is recent partner geworden van het Waterfootprint Network (WFN), een internationale non-profit organisatie op het gebied van de watervoetafdruk. WFN zet zich in om de transitie naar een duurzaam, eerlijk en efficiënt gebruik van zoetwaterbronnen wereldwijd te promoten. Door inzicht te krijgen in het watergebruik in de gehele productieketen van een product kunnen we het beheer van zoetwater beter managen. Dit inzicht kan verkregen worden met behulp van een watervoetafdruk. CREM is betrokken bij de uitvoering van een project dat gericht is op de ontwikkeling van een ‘waterneutraal mechanisme’. Een onderdeel van dit project is het ontwikkelen van een praktisch toepasbare watervoetafdruk. Dit project wordt uitgevoerd in samenwerking met Wereld Waternet, Universiteit Twente, WWF en ICCO, Ook zal nauw worden samengewerkt met WFN.

Meer informatie: Ingeborg Boon / 020 627 49 69). Meer informatie over WFN is te vinden op: www.waterfootprint.org

Bewoners en klanten positief over de Gewestelijke Afvalstoffen Dienst (12/2008)

Bewoners en klanten positief over de Gewestelijke Afvalstoffen Dienst
Uit het klanttevredenheidsonderzoek dat de Gewestelijke Afvalstoffen Dienst (GAD) in 2008 door onderzoeksbureau CREM heeft uit laten voeren komt naar voren dat de klanten (bewoners en gewestgemeenten) tevreden zijn over de GAD.

Deze resultaten komen overeen met de prestaties op het gebied van kosten en milieu. De benchmark, een vergelijkend onderzoek met andere vergelijkbare afvalinzamelaars in Nederland, geeft eveneens een positief beeld. Daaruit kwam naar voren dat de GAD op het gebied van kosten en milieuprestaties (o.a. het scheiden van afval) tot de top 4 behoort! De GAD presteert dus zowel goed op het gebied van milieu, kosten als dienstverlening: dat is best bijzonder. De GAD wordt door bewoners gezien als dé organisatie waar bewoners met al hun afvalstromen terecht kunnen. Ook gewestgemeenten zien de GAD veelal als dienstbaar, milieuvriendelijk en integer.

Met een afvalscheidingspercentage scoort het gewest Gooi en Vechtstreek ruim boven het onderzoeksgemiddelde van de benchmark. Wat betreft de kosten komt de GAD er ook zeer positief uit. De kosten voor het afvalbeheer per huishouden liggen in het gewest namelijk significant lager dan het gemiddelde.
Uit zowel het klanttevredenheidsonderzoek als uit de benchmark blijkt dat de GAD bovengemiddeld scoort in de dienstverlening, vooral als het gaat om klantgerichtheid.

Naar aanleiding van het klanttevredenheidsonderzoek kan worden geconstateerd dat bewoners en gewestgemeenten anders tegen de GAD aankijken dan dat de GAD dat zelf doet. Het imago van de GAD is in de beleving van klanten beter. Bewoners vinden over het algemeen dat ‘alles goed gaat zo’. Ook wordt genoemd dat het imago in toenemende mate als positief wordt ervaren. Gewestgemeenten noemen bij verbeterpunten aan het imago dat de GAD best trots(er) op zichzelf mag zijn en hier (met hulp van gewestgemeenten) meer mee naar buiten kan treden (profilering). Zo weet bijvoorbeeld 73% niet dat de GAD ook voorlichting geeft op scholen. Maar de expliciete behoefte is bij de klanten niet aanwezig, klanten verzoeken eerder om zaken als (meer) service en communicatie.

Verbeteropties die klanten en eigen personeel aandragen, zijn vertaald naar aanbevelingen. De aanbevelingen richten zich bij eigen bedrijf vooral op de interactie op de werkvloer. Bij bewoners hangen de meeste aanbevelingen samen met externe communicatie. Aanbevelingen voor de doelgroep gewestgemeenten richten zich op een mix van ‘omgang tussen de GAD en de gemeente’, externe communicatie en maatregelen op uitvoeringsniveau.

De GAD wilde met dit klanttevredenheidsonderzoek graag weten hoe haar klanten (bewoners van regio Gooi en Vechtstreek en gewestgemeenten) en eigen personeel staan tegenover het reilen en zeilen van de afvalinzameldienst. De probleemstelling van het onderzoek was: Welk imago van de GAD leeft bij klanten (bewoners en gewestgemeenten) en binnen de eigen onderneming?
Na een intern onderzoeksdeel zijn burgers uit alle gewestgemeenten benaderd door middel van een vragenlijst op de scheidingsstations en via een telefonische enquête. Vervolgens zijn sleutelfiguren (zoals wethouders en raadsleden) binnen de gemeenten benaderd om deel te nemen aan het onderzoek. Elke gemeente heeft haar medewerking verleend. Daarnaast zijn interviews gehouden met contactambtenaren en/of voorlichters van de gemeenten.

De resultaten van het klanttevredenheidsonderzoek zijn in het portefeuillehoudersoverleg van 17 december gepresenteerd. De resultaten van het rapport zijn door de portefeuillehouders Milieu positief ontvangen. De GAD gaat de aanbevelingen die naar aanleiding van het onderzoek naar voren zijn gekomen bekijken en onderzoeken welke aanbevelingen kunnen worden doorgevoerd. In het portefeuillehoudersoverleg Milieu van 4 februari 2009 wordt het onderzoek nogmaals op de agenda gezet om te evalueren en te bekijken welke aanbevelingen inmiddels zijn doorgevoerd of nog op de agenda staan om door te voeren.

Meer informatie: Frits Steenhuisen

CREM spreekt op CSR congres in Roemenie (10/2008)

In Roemenië is voor het derde achtereenvolgende jaar hèt belangrijkste congres voor het Roemeense bedrijfsleven gehouden. Gedurende 2 dagen waren CSR-experts van multinationals en andere experts op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen, media en milieu bij elkaar. Met 150 participanten uit het Roemeense bedrijfsleven, 20 internationale en 20 nationale sprekers uit diverse aan MVO gerelateerde expertisevelden, is het belangrijkste congres voor het Roemeense bedrijfsleven. CREM heeft een presentatie gegeven over ketenverantwoordelijkheid. In de presentatie hebben de deelnemers handvatten gekregen hoe zowel kleine als grote spelers in de keten, met groot of klein budget, hun bijdrage kunnen leveren aan maatschappelijk verantwoord ondernemen in de keten.

Meer informatie: Marjon van Opijnen

One-stop-shop voor verantwoord internationaal ondernemen (8/2008)

Binnen het internationaal zakelijk verkeer is Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) voor bedrijven van groot belang voor het creëren van draagvlak bij klanten, personeel, financiers, maatschappelijke organisaties, vakbonden, overheden en lokale gemeenschappen. Om bedrijven die internationaal handel drijven en/of in het buitenland investeren efficiënt en effectief met MVO te kunnen ondersteunen heeft CREM samen met IVAM BV de one-stop-shop voor verantwoord internationaal ondernemen opgezet. Deze one-stop-shop richt zich op:

• Strategie en beleid (o.a. hoe met welke MVO-issues te positioneren en met wie samenwerken?) en implementatie;
• Internationale handel (o.a. welke internationale producteisen en –wensen, hoe inspelen op trends en beleidsontwikkelingen, welke duurzaamheidissues in ketens, welke kansen voor bottom of the pyramid producten?)
• Buitenlandse investeringen (o.a. welke lokale wetgeving, hoe lokaal draagvlak te krijgen, welke maatregelen voor het milieu, arbeidsomstandigheden en mensenrechten, hoe omgaan met certificering?)
• Communicatie en financiering (o.a. voorlichting/training, externe communicatie, subsidiemogelijkheden).

Samen vormen CREM en IVAM op het gebied van internationaal MVO één van de grootste denktanks in Nederland. In totaal staan rond de 60 experts, waaronder diverse native speakers, alsmede de netwerken van CREM en IVAM in Europa, Afrika, Azië en Latijns-Amerika voor het bedrijfsleven klaar om vragen bij het verantwoord internationaal zakendoen te beantwoorden. Dit kan door middel van een helpdeskconstructie, losse opdrachten of via detachering.

Meer informatie: Victor de Lange of Giulietta Cohen

De toeristische sector en koraalbehoud Rode Zee (8/2008)

In opdracht van DGIS en in samenwerking met TUI, Oad, WWF en de Egyptische consultancy EQI heeft CREM gewerkt aan draagvlak voor het opzetten van een financieel mechanisme dat ingezet zal worden voor koraalbehoud in het Egyptische deel van de Rode Zee. De toeristische sector zal een cruciale rol spelen om dit fonds met inkomsten te gaan vullen. Eind 2007 heeft in het Egyptische Hurghada een Ronde Tafel conferentie plaatsgevonden met Egyptische en Europese stakeholders (private sector, overheid en NGO’s). Tijdens deze bijeenkomst is door de partijen een Memorandum of Understanding getekend waarin onder andere is afgesproken om zo’n mechanisme daadwerkelijk te gaan opzetten. Momenteel wordt gewerkt aan de uitwerking van die voornemens.

Meer informatie: Victor de Lange

Maatschappelijk verantwoord ondernemen in Colombia (8/2008)

Met welke eisen op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen krijg je als exporteur naar de Europese Unie te maken? Welke gedragscodes voor toeleveranciers hanteren supermarktketens en grootwinkelbedrijven en hoe kun je hier op inspelen? Deze vragen stonden centraal tijdens een driedaagse training van in Colombia. In opdracht van het CBI verzorgde CREM hier een training voor bedrijven en BSO's (business support organisations). Aan de hand van presentaties en opdrachten werden de deelnemers bekend gemaakt met de ins en outs rond maatschappelijk verantwoord ondernemen en de relevantie voor hun sector en bedrijf. De training moet bedrijven in staat stellen om beter in te spelen op de sociale eisen en milieueisen die afnemers in Europa stellen aan producten en productieprocessen in ontwikkelingslanden.

Meer informatie: Wijnand Broer

Feiten over biomassa aangeboden aan minister (8/2008)

De markt voor biomassa groeit, niet alleen in Nederland maar ook mondiaal is er een focus op biomassa als ‘groene grondstof’ voor energie. De discussie tussen voor- en tegenstanders wordt echter vaak gevoerd op emotionele gronden en wordt bemoeilijkt omdat feitenmateriaal niet voldoende overzichtelijk en gebundeld voorhanden is voor de deelnemers aan het debat. Het Platform Groene Grondstoffen wilde een bijdrage aan deze discussie leveren door de publicatie van het boek ‘’Hot issue, Slimme keuzes in moeilijke tijden “. In opdracht van SenterNovem hebben CREM en het Copernicus Instituut (Universiteit van Utrecht) het feitenmateriaal voor dit boek aangeleverd dat op 1 juni jl. officieel overhandigd is aan Minister Verburg. De doelgroepen voor het boek zijn eleidsmakers, insiders (partijen actief op het gebied van biomassa), media en de geïnteresseerde krantenlezer.

Meer informatie: Jolanda van Schaick

Bedrijven en biodiversiteit in Zuidoost Europa (8/2008)

Biodiversiteit is één van de topprioriteiten in het duurzaamheidbeleid en –debat. De rol van het bedrijfsleven wordt daarbij steeds belangrijker. In tegenstelling tot klimaatverandering is biodiversiteit echter nog steeds een relatief onbekend begrip. Om het belang van biodiversiteit te verduidelijken voert CREM samen met Avalon een project uit dat tot doel heeft om initiatieven die bijdragen aan het behoud van biodiversiteit in verschillende Zuidoost Europese landen te matchen met geïnteresseerde bedrijven in Nederland. Het beoogde effect hiervan is het behalen van duurzaamheidwinst in de productielanden en bewustwording bij Nederlandse bedrijven, maatschappelijke organisaties, Rijksoverheid, regionale en lokale overheden en uiteindelijk consumenten.

Meer informatie: Natasja Hulst

Partnerships voor Duurzame Rijst (8/2008)

Na de succesvolle afronding in 2007 van het project Partnerships voor Duurzame Cacao is CREM in 2008 samen met Stichting HIVOS een vergelijkbaar project gestart voor rijst. Net als bij het cacaoproject ligt bij het rijstproject de focus op het creëren van nieuwe marktkansen voor duurzame producten. Concreet komt het erop neer dat CREM bedrijven uit de Nederlandse rijstsector benadert die geïnteresseerd zijn in duurzame rijst en (uiteindelijk) in het aangaan van partnerships met duurzame rijstproducenten. Vernieuwend in dit project is dat er speciale aandacht is voor rijstsoorten die geproduceerd zijn onder omstandigheden die het klimaat zo min mogelijk schaden. Natte rijstbouw is namelijk verantwoordelijk voor een kwart van de mondiale methaanuitstoot. Daarnaast is agrobiodiversiteit een specifiek thema, omdat stimulering van genetische variatie in rijstproductie op lange termijn essentieel is voor de voedselzekerheid.

Meer informatie: Anouk van Heeren

Initiatief Duurzame Handel (8/2008)

Het Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking (DGIS) wil productketens die samenhangen met ontwikkelingslanden duurzamer maken. Hiertoe heeft DGIS een nieuw programma geïnitieerd : het Initiatief Duurzame Handel (IDH). Verschillende sectoren die met deze Noord-Zuid ketens te maken hebben, kunnen bij IDH projectvoorstellen indienen. Om met dit programma een vliegende start te kunnen maken heeft DGIS onder andere aan CREM gevraagd om de ervaringen en leerpunten in kaart te brengen bij sectoren die al activiteiten op het gebied van ketenbeheer hebben ondernomen. Omdat CREM al lange tijd bij dit soort keteninitiatieven betrokken is, hebben wij in dit voortraject veel input kunnen leveren. CREM heeft analyses uitgevoerd voor sierteelt, toerisme en viskweek en bijdragen geleverd aan analyses op het gebied van cacao en kleding/katoen.

Meer informatie: Victor de Lange

MVO in de Gemeente Tilburg (8/2008)

De Gemeente Tilburg is één van de gemeenten die voorop loopt op het gebied van duurzaamheid. De gemeente wil ook graag dat Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO), zowel binnen de eigen organisatie als bij het Tilburgse bedrijfsleven in 2010 een vanzelfsprekendheid is. De eerste stappen daarvoor zijn de aanstelling van een MVO-coördinator en de ontwikkeling van een stimuleringsregeling. De gemeente Tilburg heeft CREM gevraagd om deze eerste stappen te begeleiden. In april zijn daarvoor twee brainstormbijeenkomsten georganiseerd. In de eerste bijeenkomst hebben enkele MVO-koplopers uit het bedrijfsleven actief meegedacht over de invulling van de stimuleringsregeling. Tijdens de tweede bijeenkomst is meer intern gebrainstormd met de programmamanagers Economie, Milieu en Arbeidsmarktbeleid over de plaats van MVO in de eigen organisatie en de stad. De basis voor het verder ontwikkelen van de MVO-aanpak en de invulling van de MVO-stimuleringsregeling bij de gemeente Tilburg zijn samengevat in een basisnotitie, waarin wordt benadrukt dat MVO in Tilburg vraagt om bewustwording, vernieuwing en (keten)samenwerking. Vanuit deze overtuiging is de MVO-coördinator sinds mei 2008 aan het werk gegaan.

Meer informatie: Anouk van Heeren

Niet in het zand geschreven: Gedragscode voor duurzame winning zand en grind (08/2008)

CASCADE, de brancheorganisatie van Nederlandse zand- en grindwinners, heeft
CREM gevraagd om een gedragscode te ontwikkelen die een duurzame winning
van zand en grind helpt te waarborgen. Voorbeelden hiervan zijn ontgrondingprojecten waarbij winning wordt gecombineerd met een maatschappelijk gewenste functie, zoals
waterberging, natuurontwikkeling, rivierverruiming, wonen aan het water of recreatie.
Door te besluiten tot een aanpak via marktwerking heeft de overheid in 2003 het
beleid met betrekking tot ontgrondingen ingrijpend veranderd. Voor die tijd bepaalde
de overheid hoeveel en waar er zand en grind gewonnen mocht worden.
In de huidige situatie hebben bedrijven de verantwoordelijkheid om projecten met ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijke meerwaarde te realiseren. Voor provincies is het echter lastig om inhoud te geven aan de gewijzigde taken rolverdeling. De gedragscode zal voor bedrijven een leidraad vormen voor een procesaanpak en zal aan provincies,
gemeenten en andere belanghebbenden een handvat bieden om heldere procesafspraken te maken.
Naast procedures ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit zal de gedragscode ingaan op overige duurzaamheidaspecten, zoals het beperken van hinder en overlast voor omwonenden en het minimaliseren van een negatieve invloed op biodiversiteit tijdens de uitvoering en het beheer.

Meer informatie: Martine van Zijl

Handreiking bedrijven voor preventie illegaliteit in productketens (3/2008)

In het verleden heeft CREM onderzoek gedaan naar de juridische risico's voor Nederlandse bedrijven die te maken hebben met illegaliteit in hun productketens. Het gaat daarbij om producten en diensten die onder omstandigheden zijn geproduceerd waarbij lokale wetgeving wordt overtreden. Hout is een alom bekend voorbeeld waar dit een probleem vormt, maar het speelt ook in andere ketens. CREM heeft nu van de VBDO (Vereniging voor Beleggers in Duurzame Ontwikkeling) opdracht gekregen om een handreiking voor bedrijven te ontwikkelen die deze bedrijven moet helpen om illegaliteit in hun productketens te voorkomen. Op het moment dat deze handreiking beschikbaar is zal de VBDO hier veel ruchtbaarheid aan geven.

Meer informatie: Victor de Lange

MVO-evaluaties PSOM 2008 (3/2008)

CREM heeft van de EVD (agentschap voor internationaal ondernemen en samenwerking) weer opdracht gekregen om in 2008 door een MVO-bril naar PSOM-projectvoorstellen te kijken. Het Programma Samenwerking Opkomende Markten (PSOM)is bestemd voor bedrijven die in ontwikkelingslanden willen investeren. Mede omdat de PSOM-bijdrage in het budget afkomstig is van het ministerie voor ontwikkelingssamenwerking moet het evident zijn dat het voorgenomen project een positieve bijdrage levert aan ontwikkeling en geen ongewenste effecten heeft voor bijvoorbeeld het milieu of de lokale bevolking. De EVD heeft CREM gevraagd om een nader te selecteren aantal projectvoorstellen op deze wijze te beoordelen.

Meer informatie: Victor de Lange

MVO Toolkits Marokko and Roemenië (01/2008)

Zaken doen in opkomende markten kan lastige vragen met zich meebrengen:

Hoe ga ik om met corruptie? Wat moet ik doen als mijn leverancier kinderen in dienst heeft? Aan welke milieuwetgeving moet mijn onderneming zich houden? Midden en klein bedrijf die zaken doen in ontwikkelingslanden, door directe investering of in de keten, hebben praktische antwoorden nodig op dit soort vragen. Om deze ondernemingen bij te staan, heeft MVO-Nederland CREM gevraagd om nieuwe web-based toolkits te ontwikkelen voor Marokko en Roemenië. Deze toolkits zullen worden verspreid via de EVD. Eerdere MVO landentoolkits die door CREM zijn ontwikkeld voor India and Indonesië zijn te vinden op www.internationaalondernemen.nl.dossiers/mvo.asp
Deze toolkits geven het MKB een bondig overzicht van lokale MVO kwesties in specifieke opkomende markten. Bovendien bieden ze concrete informatie en tips om ondernemers een start te bieden met hun MVO activiteiten in het buitenland.

Meer informatie: Pascale Guillou

CO2 compensatie en biodiversiteit: grote kansen voor win-win (11/2007)

Steeds meer lokale overheden en bedrijven hebben zich voorgenomen om ‘klimaatneutraal’ te opereren. Zij zullen dit vooral moeten realiseren door energiebesparing en/of de inzet van duurzame energiebronnen. Daarnaast zal vaak een deel van de aan energie gekoppelde CO2 uitstoot gecompenseerd moeten worden door bijvoorbeeld boomaanplant en andere initiatieven ´elders´ om broeikasgasemissies te voorkomen. De vraag is wat de kansen zijn om aan dit soort compensatiemechanismen expliciete biodiversiteitdoelstellingen te koppelen. Met name moet daarbij worden gedacht aan maatregelen die een positieve impact op de biodiversiteit hebben. Via dit positieve impact spoor kan vervolgens in hoofdlijnen worden gedacht aan twee varianten:

  • Maatregelen waarbij zowel CO2 wordt vastgelegd als waarbij biodiversiteitdoelstellingen worden gerealiseerd. Het restaureren van aangetaste wetlands en bossen (door bomenaanplant) en het aanplanten van inheemse bomen in een corridor tussen geïsoleerd gelegen natuurgebieden zijn hiervan voorbeelden.
  • Maatregelen die tot doel hebben om CO2 emissies uit specifieke ‘carbon sinks’ met een hoge biodiversiteitwaarde te helpen voorkomen. Het behoud van bossen en het voorkomen van CO2 emissies uit moeras- of veengebieden zijn hiervan voorbeelden. Dit soort maatregelen past momenteel nog niet in de Kyoto mechanismen, maar de kans is groot dat dergelijke maatregelen bij de herziening van ‘Kyoto’ wèl CO2 rechten zullen opleveren (het huidige Kyoto-akkoord eindigt in 2012).

CREM heeft van het WWF opdracht gekregen om te bekijken welke mogelijkheden en eventuele knelpunten er zijn om, anticiperend op de verwachte aanpassingen van Kyoto, CO2 emissies uit bestaande carbon sinks te helpen voorkomen, zoals uit de veenmoerassen in Kalimantan in Indonesië.

Bij dit project zijn tevens de gemeente Amsterdam, de provincie Zuid-Holland en het Ministerie van VROM betrokken. De gemeente Amsterdam en de provincie Zuid-Holland zijn mogelijk geïnteresseerd om hun eigen klimaatneutraaldoelstellingen te realiseren door te investeren in dit soort projecten waarin zowel CO2 emissies worden voorkomen als waarbij een positieve bijdrage wordt geleverd aan het behoud van biodiversiteit en de belangen van de lokale bevolking. Bovendien zijn er wellicht kansen om dit soort mechanismen verder uit te dragen naar bijvoorbeeld het Amsterdamse en Zuid-Hollandse bedrijfsleven en naar andere gemeenten in de provincie Zuid-Holland. Het Ministerie van VROM maakt een groot deel van dit project financieel mogelijk. Bovendien ziet het Ministerie raakvlakken met projecten op het gebied van ‘biodiversity offsets’, waarbij CREM eveneens is betrokken.

Meer informatie: Victor de Lange

Duurzame natuursteen: Kan dat? (11/2007)

Symposium over een gedragscode voor verantwoorde natuursteenketens

Woensdag 21 november 2007
10.30-16.30 uur
RMP Grafmonumenten
Industrieterrein De Steeg 15
6333 AT Schimmert

Waar komt uw natuursteen vandaan?
De markt voor natuursteen groeit, zowel in Nederland als internationaal. De grote variatie in kleuren en de kwaliteit van het materiaal spreken aan. Maar onder welke omstandigheden wordt natuursteen gewonnen en verwerkt in het land van herkomst? De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht voor duurzaamheid bij natuursteenwinning en -verwerking. Hoewel er ook in Europese groeves niet altijd volgens de internationale maatstaven wordt gewerkt, gaat de aandacht toch vooral uit naar de productie in Azië, Afrika en Latijns Amerika. De problemen zijn daar veel schrijnender en bovendien komt natuursteen steeds vaker uit landen als India en China. Nieuwsberichten over kinderarbeid, milieuschade en onderbetaling in verschillende productieketens in deze landen zijn met regelmaat terug te vinden in de media. Spelen deze misstanden ook in de natuursteenketen?

Werkgroep Duurzame Natuursteen
In 2006 is de Werkgroep Duurzame Natuursteen* opgezet door de Landelijke India Werkgroep en Stichting Natuur en Milieu met als doel de dialoog met belanghebbenden in de natuursteensector aan te gaan, om gezamenlijk misstanden in de natuursteenketen aan te pakken. De Werkgroep Duurzame Natuursteen neemt u tijdens dit symposium mee op de ingeslagen weg die naar duurzame natuursteen moet leiden. Eén van de instrumenten die daarvoor is ontwikkeld, is een gedragscode. Laat u informeren en denk mee over hoe ook ú een (natuur)steentje kunt bijdragen aan een oplossing!

  • De volgende bedrijven en maatschappelijke organisaties zijn vertegenwoordigd in de werkgroep: Algemene Nederlandse Bond van Natuursteenbedrijven (ABN), Vereniging van Nederlandse Natuursteen Importeurs (VNNI), Feikema BV, Michel Oprey & Beisterveld Natuursteen, RMP Grafmonumenten, Landelijke India Werkgroep (LIW), Oxfam Novib, Stichting Natuur en Milieu, Vereniging COS Nederland, MVO Nederland, CREM BV en Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO).

Meer informatie en aanmelding via COS Limburg

U kunt ook bellen naar het COS via 0475-315055 of mailen naar Selena Coumans

Identificatie bruikbare MVO tools (10/2007)

De Economische Voorlichtingsdienst stimuleert het Nederlandse bedrijfsleven dat internationaal zaken doet om meer aandacht te besteden aan Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Dit gebeurt onder andere via de website www.internationaalondernemen.nl van de EVD. In dat kader wil de EVD bedrijven ook actief wijzen op allerlei ‘tools’ die kunnen worden gebruikt om kansen en bedreigingen voor MVO en daaraan gekoppelde handelingsperspectieven te identificeren (door middel van ‘self-assessment’). Tegen deze achtergrond heeft de EVD aan CREM gevraagd om kwalitatief goede en praktisch bruikbare MVO tools te identificeren. Daarbij zal ernaar worden gestreefd om maximaal drie generieke MVO tools en voor specifieke MVO thema’s elk maximaal één MVO tool te identificeren. Wat betreft de specifieke MVO-tools zal zoveel mogelijk worden aangesloten bij de thema’s die worden onderscheiden in de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen.

Meer informatie: Victor de Lange

Internationaal MVO-instrumentarium en kinderarbeid: hoe en wat? (10/2007)

De ‘Alliance 2015’ is een internationaal samenwerkingsverband van NGO’s dat tot doel heeft om in het jaar 2015 kinderarbeid wereldwijd uitgebannen te hebben. Zie www.stopchildlabour.eu en www.stopkinderarbeid.nl voor meer informatie over deze campagne. In de komende periode wil de alliantie zich onder andere expliciet richten op het bedrijfsleven. Ter voorbereiding daarop heeft CREM opdracht gekregen om een tiental bestaande nationale en internationale MVO-initiatieven door te lichten wat betreft doelstellingen, uitgangspunten en richtlijnen op het gebied van bestrijding van kinderarbeid. Als referentiekader voor deze analyse wordt gebruikt gemaakt van de ideeën van de Alliantie zelf over hoe om te gaan met kinderarbeid. Deze worden gedestilleerd uit het zogenaamde MVO-referentiekader dat is opgesteld door een groep van Nederlandse NGO’s en een 15-punten actieplan van de Alliantie. Enerzijds is het de bedoeling om de MVO-initiatieven te wijzen op eventuele verbeterpunten voor hoe om te gaan met kinderarbeid. Anderzijds kan de Alliantie mogelijk zelf leerpunten uit deze MVO-initiatieven halen. De initiatieven die zullen worden geanalyseerd zijn de OESO richtlijnen voor multinationale ondernemingen, de Global Compact van de VN, het Global Reporting Initiative, SA 8000, de gedragscode van de International Finance Corporation, GlobalGAP, Better Cotton Initiative, UTZ certified, BSCI en de Fair Trade Labelling Organisation.

Meer informatie: Victor de Lange

Discussiebijeenkomst Duurzaam Inkopen en Stoffering (10/2007)

Op 17 september organiseerde Stichting Milieukeur een discussiebijeenkomst over de duurzaamheidsaspecten van Stoffering (vloerbedekking en zonwering). Voor deze bijeenkomst heeft CREM een duurzaamheidsverkenning uitgevoerd naar de mogelijke milieuwinst bij stofferingsproducten. De uitkomsten van de bijeenkomst worden gebruikt bij het opstellen van de criteria voor Duurzaam Inkopen van de overheid. Immers, de rijksoverheid wil per 2010 al hun producten duurzaam inkopen.

De duurheidsverkenning richtte zich op de milieu-aspecten van stofferingsproducten, zoals vinyl- en textiele vloerbedekking en linoleum. Bij de zonweringproducten werd gekeken naar lamellen en jaloezieën.

Voor de duurzaamheidsverkenning is een benadering op het niveau van het materiaal gekozen. Dat wil zeggen dat voor de verschillende producten wordt gekeken naar de materialen waaruit het product is gemaakt en vervolgens per materiaal gekeken is naar de aandachtspunten op milieugebied en de mogelijke milieuwinst. Waar mogelijk worden ook uitspraken gedaan over milieuaandachtspunten op productniveau (zoals levensduur en de mogelijkheid om het product te demonteren en onderdelen of materiaal te recyclen).

Vergelijking tussen materialen en producten onderling is niet uitgevoerd. Dit type vergelijkin

Home
over crem
producten en diensten
werkvelden
nieuws
Menu