Laatste nieuws, 2012

20/02/2012

LEI presenteert Blaarkop businesscase

Vernatting in het Groene Hart is een beleidsopgave van de rijksoverheid. Het is erop gericht bodemdaling en de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Door de vernattingsopgave staat de huidige manier van melkveehouderij onder druk.

De meest gangbare koe in de Nederlandse melkveehouderij is het holstienfriesianras (hf-koe).  Deze koe heeft een hoge melkproductie. De blaarkop is een koe waarmee melkveehouders in te vernatten gebieden goed uit de voeten kunnen vanwege zijn ruwvoerefficiëntie (benutting van ruwvoer).

Businesscase

LEI (stichting Landbouw-Economisch Instituut)  presenteert een businesscase over blaarkoppen in te vernatten gebieden in het Groene Hart. De melkveehouder wordt steeds meer met vernatting geconfronteerd. Hij moet  keuzes maken en eventueel zijn bedrijfsvoering aanpassen. Bij vernatting is de inzet van het type melkkoe van groot belang. Zowel de de hf-koe  als de blaarkop heeft voor- en nadelen. Doel van de businesscase is om veehouders een handvat te bieden in het maken van keuzes, wanneer zij daadwerkelijk met vernatting worden geconfronteerd.

Binnen het project waarin de business case is ontwikkeld, heeft CREM de rol van projectmanager vervuld en zich bezig gehouden met de communicatieactiviteiten, waaronder het schrijven van de blaarkopbrochure, teksten voor de panelen en nieuwsberichten.

Conclusies van de businesscase

Een korte beschrijving van de conclusies uit de businesscase,  die in zijn geheel hieronder is te downloaden.

  • Zonder vernatting, natuur- en of landschapsbeheer lijkt het mogelijk om met blaarkoppen hetzelfde inkomen te genereren als met hf-melkkoeien. Ondanks de onzekerheid in opbrengsten- en kostenposten ligt het inkomen op het voorbeeldbedrijf in de huidige en toekomstige situatie zonder vernatting in principe dicht bij elkaar.
  •  Door vernatting, natuur- en/of landschapsbeheer kunnen de inkomsten op het voorbeeldbedrijf worden verhoogd met subsidies/beheervergoedingen. Deze extra subsidies komen bovenop de inkomenstoeslagen vanuit het EU-beleid. Om deze gelden te krijgen moet een bedrijf voldoen aan de gestelde beheerdoelen voor de betrokken beheertypen. Met andere woorden; de natuurdoelen moeten wel gehaald worden.
  •  Door gebruik te maken van verschillende beheersubsidies wordt het bedrijf afhankelijker van deze opbrengsten. Wellicht veranderen deze subsidiebedragen in de toekomst. Verder kan de hervorming van het landbouwbeleid na 2013 zorgen voor extra bedrijfstoeslagen.
  • Omschakeling van hf- naar blaarkoppen betekent een grote verandering voor een boerenbedrijf. Iedere bedrijfssituatie is verschillend. Daarom is het voor veehouders die met blaarkoppen aan de slag willen aan te bevelen om in overleg met adviseurs (en mogelijk ook overheden en natuurverenigingen) een zorgvuldig omschakelingsplan op te stellen. Hierin kunnen alle bedrijfs- en locatiespecifieke risico’s en onzekerheden worden opgenomen.

 

Share | Print

Overig nieuws